Arbobesluit artikel 4.10: de onderzoeksplicht
Artikel 4.10 van het Arbobesluit stelt een onderzoeksplicht in voor situaties waar gevaar kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Iedere opdrachtgever die grondverzet, baggerwerk of graafwerkzaamheden laat uitvoeren is verplicht eerst te onderzoeken of UXO aanwezig kan zijn.
CS-OOO: het certificatieschema voor opsporing
De uitvoering van de daadwerkelijke opsporing mag uitsluitend worden gedaan door een bedrijf gecertificeerd op basis van het Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO). Dit schema heeft per 1 januari 2021 het vroegere WSCS-OCE vervangen. TÜV Nord Nederland is momenteel de enige aangewezen instantie die bedrijven op basis van het CS-OOO kan certificeren.
CS-OOO deelgebied A en B
Het CS-OOO kent twee deelgebieden. Deelgebied A betreft de daadwerkelijke opsporing met detectieapparatuur en interpretatie van meetresultaten. Deelgebied B betreft het civieltechnisch opsporingsproces waarbij opsporing wordt gecombineerd met grondverzetactiviteiten. Bedrijven kunnen voor één of voor beide deelgebieden gecertificeerd zijn.
EOD: ruiming uitsluitend door Defensie
Het ruimen van gevonden munitie is in Nederland voorbehouden aan de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Geen enkele civiele partij is bevoegd of gecertificeerd om dit te doen. Bij offshore projecten in Nederlandse wateren gelden aanvullende vereisten waarbij ALARP (As Low As Reasonably Practicable) als veiligheidsprincipe centraal staat.
Bommenregeling voor gemeenten
Voor gemeenten geldt dat zij bij spontane vondsten de kosten kunnen indienen via de bommenregeling — een bijdrageregeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Private opdrachtgevers bij grondontwikkelingsprojecten dragen de kosten van opsporingsonderzoek zelf.