Stap 1 — Historisch vooronderzoek
Op basis van historische bronnen wordt onderzocht welke militaire activiteiten in het projectgebied hebben plaatsgevonden: welke bommen zijn afgeworpen, zijn er scheepswrakken of vliegtuigcrashes, is het gebied na de oorlog als stortplaats voor munitie gebruikt? Het resultaat is een risicoclassificatie van het gebied, uitgedrukt in een risicohoogte en een verwacht munitietype.
Stap 2 — Risicoanalyse
Op basis van het vooronderzoek en de geplande werkzaamheden wordt bepaald welke risico's relevant zijn voor het specifieke project. Daarbij wordt rekening gehouden met de diepte van de ingreep, het gebruikte materieel en de kwetsbaarheid van mensen in de directe omgeving.
Stap 3 — Projectplan
Een CS-OOO gecertificeerd bedrijf stelt een projectplan op dat de te gebruiken detectiemethoden, het werkgebied, de procedures bij aantreffen van objecten en de betrokken partijen beschrijft. Dit plan vormt de basis voor uitvoering en wordt gedeeld met alle betrokken partijen.
Stap 4 — Detectieonderzoek
Het projectgebied wordt systematisch doorzocht met de gekozen apparatuur. Alle anomalieën worden geregistreerd en geplot op een kaart met positie en meting.
Stap 5 — Interpretatie en beoordeling
Een senior deskundige beoordeelt de gedetecteerde anomalieën en bepaalt welke aanleiding geven tot nader onderzoek of benadering. Niet elke anomalie is munitie: oud metaalafval, kabels en ankers geven vergelijkbare signalen.
Stap 6 — Naonderzoek, rapportage en ALARP-certificaat
Objecten die zijn benaderd en geclassificeerd worden gedocumenteerd. Is er munitie aangetroffen, dan wordt de EOD ingeschakeld voor ruiming. Na afsluiting wordt een eindrapport opgesteld en, indien van toepassing, een ALARP-certificaat afgegeven dat aantoont dat het risico tot een aanvaardbaar niveau is gereduceerd.